Hoe het voor ons begon…

Van vier verwilderde zwervers tot een volwaardig asiel met een hart voor kansarme katten

In 2006 kwamen op één dag vier jonge zwerfpoezen toe — twee meisjes, twee jongens. We gaven ze eten en de poezen bleven in onze tuin wonen; volledig verwilderd en fysiek contact was onmogelijk. Leken als we waren op het gebied van katten, deden we ons best om de diertjes te verzorgen.

Tot in 2007 de meisjes plots zwanger bleken en op 10 mei beiden bevielen: Minneke van een nestje van twee, Foester van een nestje van drie.

We installeerden in allerijl een onderkomen waar de beide mama’s al snel hun kittens in konden onderbrengen. De jonge mama’s verdeelden de taken zodat er steeds één van hen bij de kleintjes bleef. Zes weken ging het goed — tot ze op een nacht werden aangevallen door andere zwerfkatten.

Flouche stierf uiteindelijk bijna 18 jaar later als laatste van de oorspronkelijke bende. Haar mama Foester bleef in onze tuin wonen tot september 2024 — op de leeftijd van 19 jaar.

Ondertussen was in de gemeente Begijnendijk een zwerfkattenproject opgestart. In 2009 konden we een asiel uit Tremelo contacteren om onze vier oorspronkelijke zwervers te laten castreren. Dat verliep vlot — maar toen de medewerkster onze jonge poezen binnenshuis zag, vroeg ze meteen of we geen opvanggezin wilden worden.

Diezelfde avond werd er bij ons een bench afgeleverd met een kitten. Dat eerste kitten was na enkele weken geadopteerd, en al snel volgden nieuwe opvangertjes. De logistieke en medische ondersteuning van het asiel werd echter steeds minder, en we moesten steeds vaker zelf instaan voor de kosten.

Eind 2015 beslisten we zelf een asieltje op te richten, vertrekkend vanuit het principe dat katten in opvang moeten kunnen leven áls kat — met voldoende ruimte en verzorging. We konden het huisje met tuin naast ons aankopen, deden de nodige uitbreidingen, en op 9 januari 2016 zag de Poezenplaneet VZW Betekom het daglicht.

We kregen onze erkenning als asiel en volgden datzelfde jaar nog de cursus “Permanente vorming dierenasielmedewerker” van de Vlaamse Overheid.

Steeds meer van onze opvangkatten blijven permanent bij ons wonen: oudjes en zieken die niemand wil omdat er “kosten aan zijn”, getraumatiseerden die geen contact meer willen met mensen omdat hun vertrouwen te vaak is beschaamd. Hierdoor slibben onze beschikbare plaatsen vol en kunnen we maar af en toe een nieuwe poes opnemen.

In al die jaren hebben we ontzettend veel geleerd over katten: hoe ze samenleven, over hun gezondheid, hun gedrag. En elke dag opnieuw verbazen we ons over deze wonderlijke wezentjes, met hun eigen rede, hun routines, hun slimheid en sluwheid.